Situationeel leidinggeven: wat is het en hoe pas je het toe?
Ik zat tegenover een manager die al achttien jaar in dienst was. Goed in zijn vak, betrokken bij zijn team, er altijd voor iedereen. Toch liep het niet goed.
“Ik begrijp het niet”, zei hij. “Ik doe voor iedereen hetzelfde. Ik ben eerlijk, ik help waar ik kan, ik ben beschikbaar. Maar de helft van mijn team is gedemotiveerd.”
We hebben die middag heel wat briefjes volgeschreven.
Het inzicht dat alles verandert
Situationeel leidinggeven gaat over één simpel inzicht: niet iedereen heeft dezelfde begeleiding nodig. Sterker nog, dezelfde persoon heeft soms op maandag iets anders nodig dan op vrijdag.
Als leidinggevende stel je jezelf eigenlijk altijd twee vragen. Hoe competent is deze persoon in deze taak? En hoe gemotiveerd is diezelfde persoon voor diezelfde taak? Afhankelijk van het antwoord pas je jouw stijl aan.
Vier stijlen
In grote lijnen werk je als leidinggevende met vier stijlen.
- Instrueren: jij bepaalt wat er gebeurt en hoe.
- Begeleiden: samen uitdenken, jij geeft nog veel richting.
- Ondersteunen: de ander neemt het voortouw, jij staat klaar.
- Delegeren: volledige verantwoordelijkheid bij de medewerker.
De fout die veel managers maken is dat ze altijd in één stijl blijven hangen. Of altijd instrueren, of nooit meer richting geven omdat ze niet willen “micromanagen”.
Terug naar die manager
Een van zijn medewerkers had twaalf jaar ervaring en deed zijn werk op de automatische piloot. Die had geen instructies nodig. Die had een gesprek nodig over wat hem nog uitdaagde. Een richting. Een nieuw doel.
Toen de manager eenmaal begreep dat hij bij die persoon een heel andere pet op moest zetten, veranderde er iets. Niet meteen, maar wel.
Wil jij bewuster omgaan met hoe jij jouw team aanstuurt? Kijk dan naar de leiderschapstraining bij Wink Development Group.
Bij welke medewerker zou jij morgen een andere aanpak kunnen proberen?

